Permanente expositie met 1500 verschillende medailles.

 Voor de data en exposities van 2021 klik hier. 

van 1 mei tot en met 2 oktober

over: Michaël en Gabriël, de zeven aartsengelen en onze beschermengel

Let op! openingstijden: zaterdag van 14.00 tot 16.00 uur. 

 

In Memoriam Margré van der Kraaij – Cloosterman,    19 November 2020

Bij het overwegen een In Memoriam te schrijven  voor Margré gaat er een tijdspanne van ruim vijftig jaar aan je voorbij.
Als kraamverzorgster was ze zorgzaam voor Moeder en Kind en betrokken bij het wel en wee van de familie. Daar zal
ook van haar kant een familierelatie aan hebben bijgedragen. Al waren het enkel al de omstandigheden dat wij ons als
gezin vestigde aan de Harnaskade in Den Hoorn. ‘Greetje Cloosterman’  zoals ze zich kenbaar maakte, hebben we
door al die tijd heen als zorgzaam ervaren. Bij meerdere gelegenheden is dat al gememoreerd. 

In de jaren aan het einde van de vorige eeuw ervaarden  we opnieuw haar zorgzaamheid bij Johanna van der Stap aan
de Vlaardingsekade. Heel betrokken en intiem was haar zorgzaamheid die overigens ook met anderen, maar voor haar
als persoon tegenover persoon tentoon spreidde. Ze was voor Johanna mantelzorger in optima forma. Ze was één met
degene die ze verzorgde. En dat niet als lid van een organisatie of in teamverband maar ‘gewoon’ als betrokken bij het
leven van deze hulpbehoevende. Daar maakte de ‘patiënt’ het zelf ook wel naar. Er was een ‘klik’ tussen hen! Met een
vriendin van Johanna, Lies Kap en haar man uit Maassluis was het een fijne samenwerking. 

Ook in moeilijke tijd die Johanna doorbracht in het ziekenhuis en in de Bieslandhof was er een intensieve bezoekregeling.
Johanna’s 90e verjaardag in 2010 kon door de zorgen van Margré en Lies,  ondanks de beperkte mogelijkheden in de
Bieslandhof, uitbundig worden gevierd. Margré was tot op het laatst de steun en toeverlaat van Johanna. Toen haar einde
naderde was zij samen met Lies  aan het sterfbed om, zoals dat wordt genoemd, ‘haar de hemel in te bidden’.
Zij was daarin voor mij een voorbeeld. 

Margré, en ook Lies, waren streng maar rechtvaardig bij het verzenden van het overlijdensbericht van Johanna.
Zij mocht dat ook zijn want Johanna ‘had in haar geleefd’. Samen met Margré hebben we bij pastoor Jansen de uitvaartmis
voorbereid. Niet wetende dat Jo Hoek, die pastoor Jansen diezelfde dag nog de Laatste Sacramenten zou gaan toedienen,
enkele uren later kwam te overlijden. Samen liggen de beide Johanna’s in één graf waarvan pastoor Jansen later zou
zeggen ‘die liggen daar te Jo-Jo-en’! 

Als ik deze woorden schrijf is het 1 Januari 2021. Margré is al weer ruim een maand geleden begraven. Met haar man
Theo hebben we in de laatste jaren intensief contact kunnen hebben. Als er hand en spandiensten aan de Vlaardingsekade
moesten worden verricht was dat altijd spontaan. Margré kwam aanvankelijk nog wel eens snuiven naar de geest van
Johanna. Met Jan Groenewegen was er een vertrouwensband in de afwikkeling na het overlijden van Johanna.
Tabgha was voor haar een voortzetting van het leven van Johanna waar ze zo innig met verbonden was geweest.
Altijd behulpzame zorgzaamheid. Ook als er advies werd gevraagd over inrichting en beleid. Samen met Marjolein Gielesen
beraadslagend over het een en ander toen het pand in 2011 werd gerenoveerd. In de jaren daarna hadden we soms bij haar
thuis intieme gesprekken. Ze was geneigd te geloven in de voorbeschikking (predestinatie) door God van de mens en dat wij
als mensen daar geen invloed op kunnen uitoefenen. Ook kwam dan ter sprake dat God ons al lief heeft vóórdat wij Hem
liefhebben. Dat noemen wij genade! Dat in die genade Margré mag  zijn opgevaren naar de Heer van alle goeds. Margré
vond kracht in de rozenkransgebed, de geheimen die daarbij worden overwogen en de intenties die worden aanbevolen.
Dikwijls met haar kleinkinderen, die elk een rozenkrans van haar hadden, kwam ze met regelmaat op Dinsdagavond naar de kerk. 

Toen Margré Juli / Augustus  2019 hoorde van haar ongeneselijke ziekte heeft ze gelaten haar situatie aanvaard. Tijdens de Herfstquatertempervergadering van Tabgha in dat jaar hebben we in een noveen om kracht en sterkte gevraagd voor haar
en haar gezin. Op de Dinsdagavonden, waar ze zo dikwijls in de kerk aanwezig was geweest, was er altijd een intentie
‘om sterkte’ en zij wist dat. Wetende dat genezing niet meer mogelijk was maar enkel een ‘aanvaardbaar’ rekken.
Aanvankelijk konden we daar goed over praten maar gaandeweg met alle medische zorgen én de beminnelijke bijstand van
vooral Theo haar man, het gezin en de familie alsook vele omstanders heeft ze in vrede het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. 

Margré dank je wel voor al je zorgen en betrokkenheid.
Met jouw betrokkenheid en in die geest gaan wij verder!

 

Tenslotte kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel
maar Ruth klemde zich aan haar vast

Ruth een vreemdelinge in Bethlehem

Uit het boek Ruth

Vanwege hongersnood trokken Elimelek en Naomi (Noömi)  met hun twee

zonen weg uit Bethlehem in  Juda naar Moab en bleven daar wonen. Elimelek

stierf. De zonen trouwden met een Moabitische vrouw, de een heette Orpa de

andere Ruth.  Tien jaar woonden zij daar. 

Nadat de twee zonen gestorven waren trok Naomi met haar twee schoondochters

weer naar Juda want God had gezorgd dat er weer brood was in Juda. Maar op

de terugweg naar Juda zei Naomi tot haar beide schoondochters: ‘Ga liever terug

naar het huis van je moeder. Daarop kuste zij hen maar zij begonnen luid te

schreien en zeiden: ‘Neen wij willen met u terugkeren naar uw volk.’ Maar

Naomi drong aan: ‘Gaat toch terug mijn dochters! Waarom zouden jullie met

mij meegaan? Heb ik dan nog zonen in mijn schoot, die jullie mannen kunnen

worden? Ga toch terug mijn dochters. Ik ben immers te oud om nog een man te

krijgen. En al zou ik zeggen: Er is hoop voor mij, en al zou ik nog vannacht een

man hebben en zonen krijgen, wachten jullie dan tot ze groot zijn?’

Tenslotte kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel maar Ruth klemde zich aan

haar vast en zei: ‘Dring er niet langer op aan dat ik u verlaat en terugkeer, zo ver

van u weg. Waar u gaat, ga ik; waar u blijft, blijf ik. Uw volk is mijn volk, uw

God is mijn God.’

Samen trokken zij verder tot zij in Bethlehem kwamen. De Moabitische Ruth

kwam als vreemdelinge te werken op het land van Boaz om aren te lezen. Boaz

was uit de familie van Elimelek de overleden man van Naomi. Boaz nam haar

op in het gezelschap van dienaressen en begunstigde ook haar schoonmoeder.

Ruth wilde op aanraden van Naomi bij Boaz in het gevlij komen.

Boaz verwierf de erfgoederen van Elimelek nadat een ander niet de

familieverplichting kon nakomen. Toen kon Boaz Ruth tot zijn vrouw nemen.

Hij had gemeenschap met haar; door Gods gunst en tot vreugde van Naomi

werd zij zwanger en baarde een zoon. Het kind heette Obed.  Obed verwekte Izaï en

Izaï verwekte David.


Willibrordvertaling KBS Boxtel 1981   Plus voetnoten   
Noömi = Naomi, ook wel Na-am, later Mara – Mirjam – Maria
Voor de volledige geslachtenlijst van Jezus zie Mattheüs 1, 1-17. 
Ook Maria stamt uit het geslacht van David. 

Het ‘huis’ van koning David is afkomstig uit Bethlehem,
ook al was zijn overgrootmoeder een vreemdelinge.

 

Op de Eerste Zondag van de Advent 29 November 2020

Zalig Kertfeest en Zalig Nieuwjaar. 
De Conservator.

 

 

 

De op Woensdag 2 September 2020 overleden  Adrianus kardinaal Simonis

was altijd heel betrokken bij het wel en wee van de ontwikkelingen bij Tabgha,

meer nog toen we de definitieve locatie aan de Vlaardingsekade konden betrekken. 

 

Als begaan met deze jonge kapelaan al voor zijn benoeming tot bisschop van

Rotterdam in 1970 en nadrukkelijk vanaf 1982 heel persoonlijk. Altijd met

groot respect voor zijn heldere moed die hij tentoonspreidde in woord en

geschrift. Je wist gelijk wat je aan hem had. Bij zijn vertrek naar Utrecht

stelde hij: 'U gaat toch mee'? Kerkelijk leider in dit bijzondere tijdsgewricht is

geen sinecure. De sterk gewijzigde geloofsbeleving in onze westerse

samenleving -zeg maar verschraling- ging hem aan het hart, hij leed eronder!

En dan toch op een ander moment paradoxaal: 'optimist tot in de kist'. Hij had

een groot Godsvertrouwen.

  

Erudiet als hij was, toonde hij zich heel betrokken bij ieders persoonlijke

omstandigheden, vooral als dat het gezin betrof. Had bij een volgend bezoek

altijd belangstelling hoe de ontwikkelingen waren. Was enkele keren onze

gast en wist van de omstandigheden en de sfeer van de geestelijke situatie.

Heeft meerdere bijzondere audiënties bij de Heilige Vader gefaciliteerd en

was altijd verwonderd en uiterst dankbaar als je wat bijzonders te melden of

te bezorgen had. Het voorrecht dat we hadden bij verschillende jubilea

aanwezig te mogen zijn, waarbij  was toegestaan een introducee mee te

nemen. 

Toen we eens de gelegenheid kregen het woord te voeren, en dat bij een

volgend conclaaf het wel eens Adrianus VII zou kunnen zijn die op Petrus'

Stoel het hoogste kerkelijke ambt zou gaan bekleden, wimpelde hij dat

resoluut weg met: 'Dat zal niet gebeuren'. Dankbaar met deze mens 'intiem'

te mogen zijn.

 

Ook  toen we op Vrijdag 28 Augustus de afspraak maakten om die Maandag

daarop te kunnen komen (U mag niet in de kapel aanwezig zijn!) en we ons

kort daarop bij zijn woning aandienden. We werden verwelkomd door zijn zus

Liduine niet wetende dat het einde zeer nabij was stelden we ons

terughoudend op. Maar zij wist dat hij ons verwachtte en we moesten beslist

hem komen groeten. Daar vertelde de eminentie dat gisteren (Zondag) de

dokter weer was geweest. Zij had gesteld dat gezien zijn toestand een

operatie niet mogelijk was. En wilde dat ook niet. De woorden die toen

gewisseld werden waren heel persoonlijk.

 

Ook het voorrecht bij de uitvaart op 10 September uitgenodigd te worden.

Daarbij maakten we persoonlijk kennis met degene aan het einde van de 

H. Mis het 'In memoriam' heeft uitgesproken: Paul van Geest. Die ons toen

herinnerde aan het legaat dat ons was toegekend.  

Een ieder die dit leest mag deelgenoot zijn van het voorgaande en delen in

het devies van de eminentie: 'Dat zij U kennen / Ut Cognoscant Te' (Joh. 17,3). 

Nu hij is teruggekeerd naar zijn Schepper.

 

Op bijgaande foto's hebben we in de dagen na het overlijden uiting willen geven

aan wat de eminentie voor de Kerk en voor ons betekende.

 

J. P. Jansen. 

   

 
 

In de collectie opgenomen:
  

DE BODEBUS  DE GESCHIEDENIS VAN EEN  AMBTSTEKEN  
door Martien Agterberg 

De bodebus gedragen door boden in dienst van bestuurslichamen, zoals Staten-Generaal,
de Provincies, Stad- en Dorpsbesturen, Hoogheemraadschappen, Waterschappen, Polders
en vroegere Ambachtsgilden. 
 
Vanaf de 15e Eeuw werd aan de bodebus het wapen toegevoegd van de instantie, die de bode
vertegenwoordigde. Behalve als legitimatie had de bodebus ook de functie om rok of mantel
bijeen te houden. 
De drager van de bodebus kon gratis gebruik maken van het toenmalig openbaar vervoer.
Kon altijd gratis passeren zonder tol of toegang te betalen. 
 
In de loop van de 16e Eeuw werd door veel steden besloten een bodebus voor kosten van de
bode te laten vervaardigen, zodat hij zich in de functie had ingekocht. 
Bij overlijden of verlaten van de dienst verkocht men de bodebus aan de opvolger.
In de inventaris zijn een aantal voorbeelden, waarbij gemeentebestuurders veel moeite en geld
moesten overleggen om de bodebus weer terug te krijgen. 
Beroemde zilversmeden en sierkunstenaars kregen opdracht fraaie bodebussen te vervaardigen. 
Zelfs in onze tijd worden nog bodebussen in opdracht vervaardigd. 
 
   Martien Agterberg in 1980 Bode van de toenmalige gemeente Schipluiden.
 
 
Beperkt beschikbaar zijn:
-   1980   De Hollandsche Bodebus
               Gemeente en Waterschappen in Noord- en Zuid-Holland
-   1981   De Bodebus in het Zuiden
               Gemeenten, Waterschappen en Ambachtsgilden in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg en België
-   1983   De Bodebus in Gelderland, Utrecht en Overijssel
               van Gemeenten, Waterschappen en Ambachtsgilden in Gelderland, Utrecht en Overijssel
-   1984   De Bodebus in het Noorden
               Gemeenten, Waterschappen en Ambachtsgilden in Groningen, Friesland en Drenthe
-   1985   Verzameluitgave
-   1988   2e   Aanvulling en Toevoegingen op de inventarisatie De Bodebus in de Lage Landen.
-   1995   4e   Aanvulling en Toevoegingen op de inventarisatie van de Bodebus in de Lage Landen.
-   2000   5e   Aanvulling op de inventarisatie De Bodebus in de Lage Landen.
-   2004   6e   Aanvulling op de inventarisatie  De Bodebus in de Lage Landen.
-   2014   7e   Aanvulling  en Toevoeging op de inventarisatie op de Bodebus in de Lage Landen
 
NIEUW:    Oktober 2020   8e Aanvulling en Toevoegingen 1980-2020 op de inventarisatie 
                                           De Bodebus in de Lage Landen 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het uitzonderlijke Urbi er Orbi van Vrijdag 27 Maart 2020.
 
Refererend aan Marcus 4, 35-41 (Zee en wind gehoorzamen)
sprak Paus Franciscus over "Er is diepe duisternis gevallen over
onze pleinen straten en steden."
 
"Het heeft ons leven overgenomen en alles gevuld met een
oorverdovende stilte en een troosteloze leegte, die alles verlamt. 
We realiseren ons dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten,
zwak en gedesoriënteerd, maar tegelijkertijd belangrijk en
noodzakelijk, omdat we allemaal geroepen zijn om samen te roeien."
 
Franciscus herinnerde mensen aan hun kwetsbaarheid. "De storm
legt onze kwetsbaarheid bloot en legt de valse en onnodige
zekerheden bloot waarop we onze plannen, projecten, gewoonten
en prioriteiten hebben gebouwd."
 
"Het laat zien hoe we dingen die ons leven en onze
gemeenschappen voeden, ondersteunen en sterk maken,
verwaarloosd en opgegeven hebben."